Informatie Baptisan jang Kudus (Heilige Doop)

Inleiding:

Na de geboorte van een kind rijst de vraag: “zal ik mijn kind laten dopen”. Een geloofsvraag, want je beseft dat je kind bij jou hoort. Of je erkent dat het kind een geschenk is van God.

Je bent zelf ook gedoopt:

Als je zelf als baby gedoopt bent, heb je daar geen “eigen” herinnering aan. Door middel van foto’s, doopjurk, doopboekje, verhalen van ouders en peetouders wordt je er aan herinnert. Meestal staan we pas stil bij de doop wanneer een kind gedoopt wordt. Vooral als het je eigen kind betreft dan pas sta je stil bij de betekenis van de doop. En welke afwegingen zijn er om je kind te laten dopen:

  1. Je kind is een geschenk van God en daarom wil je het ook in contact brengen met Gods geloofsgemeenschap?
  2. Je hebt Gods hulp nodig om het kind een geloofsopvoeding te geven?
  3. En zo zijn er nog vele andere redenen.

 


 Keuze:

In ieder geval kom je tot een keuze. Een keuze die ouders maken voor hun kind wanneer het een kinderdoop betreft. Het kind zelf laten beslissen betekent veelal dat op latere leeftijd het kind zich zal laten dopen. Of als volwassene de volwassendoop zal ondergaan. Sommige ouders kijken kritisch naar zichzelf en vinden dat zij niet instaat zijn om het kind een volwaardige geloofsopvoeding te geven. Echter, bij de doopgelofte gaan we niet uit van ons onvermogen maar vanuit Gods liefde die het kind aanvaard.


Peetouders :

Het peetouderschap is een serieuze keuze dat door ouders gemaakt wordt ten behoeve van het kind. De invulling van het peetouderschap is om ouders te ondersteunen in hun taakt het kind een christelijke geloofsopvoeding te geven.  Hun medeverantwoordelijkheid is allesbehalve vrijblijvend. Ook zij leggen een gelofte af waar zij hun leven lang aan verbonden blijven.  Die verantwoordelijkheid uit zich op verschillende manieren: De peetouder mag als vertrouwenspersoon functioneren. De peetouder onderwijst het kind in het geloof. De peetouder staat het kind terzijde bij de levensvragen.

Peetouder kan je alleen maar zijn wanneer je belijdenis hebt gedaan! 


De gemeente:

Voordat een doopdienst plaatsvindt wordt twee zondagen voorafgaand daarvan melding gemaakt middels de kerkelijke mededelingen. Aangezien het kind opgenomen wordt binnen de geloofsgemeenschap wordt een doopdienst altijd in aanwezigheid van de gemeente voltrokken.  Naast het gezin mag het kind zich ook geborgen weten binnen de gemeenschap.


Samenwonen:

De regel dat mensen die samenwonen niet aan een sacrament mogen deelnemen is achterhaald. Mensen die samenwonen en belijdenis hebben gedaan kunnen volledig aan de doopdienst deelnemen. Bij ouders is het zelf zo dat ouders die hun belijdenis nog niet hebben gedaan NIETgeweerd worden om hun kind naar het doopvont te brengen. Zij mogen echter geen antwoord geven op de doopvragen.

De Moluks Evangelische Kerk hanteert de regel dat op basis van iemands openbare geloofsbelijdenis hij of zij niet geweerd kan worden om aan een sacrament deel te nemen. Dat neemt niet weg dat voor de kerk het huwelijk nog steeds als de enige erkende samenlevingsvorm wordt beschouwd.


Betekenissen van de doop:

  1. De  predikant die water op het hoofd van de dopeling strijkt, drukt daarmee namens God als het ware een stempel/zegel op het voorhoofd. God verklaart daarbij dat de dopeling Hem toebehoort. Het naam van het kind is in Gods hand gegrifd. (I Kor. 6: 20)
  2. De predikant die water op het hoofd van de dopeling sprengt, wast daarmee namens God als teken dat de mens van zijn zonden schoongewassen is: “Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen, onder aanroeping van zijn naam”. (Hand. 22: 16)
  3. De doop in de betekenis van deelname aan de dood en de opstanding van Jezus Christus. Als teken  wordt de dopeling ondergedompeld in het water ( de dood ) en staat weer uit het water op ( de opstanding ).

“Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit van de Vader, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen.


Hoe wordt er gedoopt?

In de Molukse Evangelische Kerk is het gebruikelijk dat er gedoopt wordt door besprenkeling met water. Water is het symbool voor: reiniging, leven en dood.

De doopformule luidt als volgt: “Ik doop je in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest”- Mat. 28: 19

Bij de naam van de vader wordt gedacht aan de Schepper, Hij die de mens geschapen heeft.

Bij de Zoon wordt gedacht aan Jezus Christus, in wie wij de vergeving van zonden mogen ontvangen en een nieuw leven met God mogen beginnen.

Bij de Heilige Geest denken wij aan Hem die ons in gemeenschap met Christus vernieuwt.


Aanvraag:

Twee keer in het jaar wordt er in de kerk gedoopt. De doopdata wordt door de kerkenraad vastgesteld. Om uw kind te laten dopen is het nodig dat u een doopformulier invult dat bij het secretariaat te verkrijgen is.


Inleiding:

Na de geboorte van een kind rijst de vraag: “zal ik mijn kind laten dopen”. Een geloofsvraag, want je beseft dat je kind bij jou hoort. Of je erkent dat het kind een geschenk is van God.

Je bent zelf ook gedoopt:

Als je zelf als baby gedoopt bent, heb je daar geen “eigen” herinnering aan. Door middel van foto’s, doopjurk, doopboekje, verhalen van ouders en peetouders wordt je er aan herinnert. Meestal staan we pas stil bij de doop wanneer een kind gedoopt wordt. Vooral als het je eigen kind betreft dan pas sta je stil bij de betekenis van de doop. En welke afwegingen zijn er om je kind te laten dopen:

  1. Je kind is een geschenk van God en daarom wil je het ook in contact brengen met Gods geloofsgemeenschap?
  2. Je hebt Gods hulp nodig om het kind een geloofsopvoeding te geven?
  3. En zo zijn er nog vele andere redenen.

Keuze:

In ieder geval kom je tot een keuze. Een keuze die ouders maken voor hun kind wanneer het een kinderdoop betreft. Het kind zelf laten beslissen betekent veelal dat op latere leeftijd het kind zich zal laten dopen. Of als volwassene de volwassendoop zal ondergaan. Sommige ouders kijken kritisch naar zichzelf en vinden dat zij niet instaat zijn om het kind een volwaardige geloofsopvoeding te geven. Echter, bij de doopgelofte gaan we niet uit van ons onvermogen maar vanuit Gods liefde die het kind aanvaard.


Dat belooft wat:

Wanneer je als ouder je kind laat dopen, wordt voor het doopritueel aan je gevraagd of je je kind wilt VOORGAAN op de weg die Jezus heeft gewezen.

Of je met je eigen leven wilt laten zien wat geloven voor jou betekent. Of je aan het kind wil vertellen wie God voor jou is en wat Hij voor jou betekent. Dat is nogal wat. Je belooft tegenover God en in bijzijn van de gemeente dat het kind God mag leren kennen door jou en andere geloofsgenoten. Wat veel meer is dan een avondgebedje voor het slapen of een trouwe kerkgang. Het betreft namelijk het gehele leven waar God deelgenoot wil zijn.


De drie doopvragen:

De ouders en peetouders leggen voor de bediening van de doop een gelofte af. Zij geven antwoordt op de volgende doopvragen:

  1. Dat zij erkennen, dat het kind tot zonde in staat is en dat het Jezus Christus nodig heeft en daarom tot de gemeenschap der gelovigen mag behoren.
  2. Dat als gelovige ouders zij leven vanuit het oude en nieuwe testament en de apostolische geloofsbelijdenis en zich verbonden weet met de Molukse Evangelische Kerk.
  3. Dat we als ouders de verantwoording op ons nemen om het kind met zorg, liefde en geduld op te voeden overeenkomstig Gods woord.

Misschien vinden we bovenstaande een te zware taak maar we hoeven niet te vertwijfelen want het kennen en erkennen van God in hun leven is niet alleen afhankelijk van ons vermogen iets van Gods liefde uit te stralen maar veel meer een heilsdaad van God.